Scenario Golfslag

Het is 2030

  De weg naar 2030 was er eentje van hollen en stil staan. Financiële markten werden onrustig en hebben weinig vertrouwen. De Europese en Nederlandse economie zijn verzwakt en instabiel in een wereld die gekenmerkt wordt door diverse conflicten. Bovendien maken verschillen in wet- en regelgeving tussen landen het heel moeilijk voor innovatieve bedrijven om nieuwe producten te lanceren. De noodzaak om te investeren in arbeidsvervangende technologieën wordt minder gevoeld. Arbeid is inmiddels goedkoop en ruim aanwezig. Er worden alleen flexibele en tijdelijke contracten aangeboden.

Toename van ‘banen stapelen’

De afremming van technologische ontwikkelingen zorgt ervoor dat er weinig banen zijn verdwenen door automatisering en robotisering. Daar waar technologie wordt ingezet, ondersteunt deze arbeid en vervangt het niet. Veel grote werkgevers (banken, verzekeraars, maar ook de haven en logistiek in Rotterdam) zitten nog steeds in de Randstad en hier zijn dan ook nog steeds de meeste banen te vinden. De overheid heeft de mogelijkheden verruimd voor bijv. deeltijd-WW. Er is geen zichtbaar effect van deze maatregelen. De werkloosheid blijft hoog.

 

Men trekt de banen en voorzieningen achterna

De beroepsbevolking volgt de werkgelegenheid en blijft richting de Randstad trekken. Nabij werk wonen is nog steeds van belang. Daarnaast concentreren zich daar de meeste voorzieningen. De loonmatiging (en netto zelfs –daling), ook onder middelbaar en hoger opgeleiden, zorgt voor een laag consumentenvertrouwen. Daarnaast zijn de kosten voor zorg hoger geworden: het basispakket is gereduceerd, eigen risico’s en bijdragen verhoogd en de overheid heeft minder middelen ter beschikking om mensen hierin te ondersteunen. Het lagere besteedbaar inkomen heeft daarnaast een ruil- en deeleconomie doen ontstaan om het leven betaalbaarder te maken. Veel winkels, in vooral de kleinere gemeenten, moeten hun deuren sluiten. De leegstand in menig winkelstraat of –centrum is nog nooit zo hoog geweest. Een bezuinigende en terugtrekkende overheid zet nog sterker in op extramuralisering van zorg, maar tweedelingen ontstaan in de kwaliteit van ouder worden, vooral nu technologie weinig nieuwe mogelijkheden heeft geschapen en meer eigen financiële bijdrages noodzakelijk zijn.

 

De tegenstellingen tussen arm en rijk, jong en oud in de samenleving zijn groot, maar niet heel sterk toegenomen. Iedereen moet inleveren. Sociale cohesie is sterk gedaald. ‘Ik’ staat centraal. Zin om voor de ander, de maatschappij of het milieu inspanningen te verrichten is minimaal. Laat staan dat mensen er de tijd voor hebben door banen te stapelen, langere werktijden en aangescherpte sollicitatieplichten. De politiek is verder versnipperd. Eigen belang regeert. Kabinetten en colleges sneuvelen vaak voortijdig, wat bijvoorbeeld ook de woningbouwprogrammering in de regio bemoeilijkt. Gezien de hoge werkloosheid, bezuinigingen en wachtlijsten wat betreft sociale huurwoningen, levert dit de nodige maatschappelijke spanningen en politieke dilemma’s op. Colleges uit de randstad zijn onlangs op bezoek geweest in Parijs om te leren van hun omgang met banlieus.

 

Geen investeringen in inbreiding grote steden

     De druk op de grote steden is sterk. Met name de vraag naar betaalbare en sociale huur is sterk toegenomen en het aanbod hiervan in de grote steden kan de vraag niet bijbenen. Corporaties in Rotterdam hebben inmiddels recordwachtlijsten. Menig inwoner zoekt daarom ook naar (tijdelijke en goedkope) woonalternatieven. Grotere huishoudens (langer thuis wonen, meerdere generatie, room mates, etc.) zijn het gevolg. Met iemand anders erbij is het wonen een stuk betaalbaar. Een van de redenen voor de te beperkte bouw van woningen ligt in het beperkte investeringsvermogen van bouwpartijen en de hoge kosten van (traditionele) bouw. Ook sloop-nieuwbouw of transformatie komt weinig voor. Er is weinig geld beschikbaar voor investeringen in duurzaamheid of om de kwaliteit van de bestaande voorraad op een hoger peil te krijgen. Vastgoedpartijen beknibbelen waar mogelijk op onderhoud, het vindt pas plaats als er echt iets mis is. Wanneer besloten wordt te bouwen, zoekt men goedkope, makkelijke uitleglocaties nabij de (duurdere) grote steden waarbij weinig oog is voor duurzaamheid en natuur. Kosten/prijs zijn doorslaggevend.

 

Midden-Holland populaire locatie

Alhoewel het sociaal akkoord ervoor zorgt dat de harde kanten van flexibilisering van de arbeidsmarkt op papier zijn afgeschaft, zorgen de loonmatiging, werkloosheid en grillige economie ervoor dat niet iedereen meer een huis kan of wil kopen. De koopmarkt is daarom enigszins afgekoeld. Ook durven veel mensen geen stappen te zetten, men blijft zitten waar men zit. Samenwonen in een nieuw (koop)huis, stelt men uit, bijvoorbeeld tot wanneer men kinderen krijgt. Samen huren is dan ook de eerste optie. In sommige wijken is het kopen van goedkope koop inmiddels zelfs de goedkoopste optie. De concentratie van banen in de G4 en de hogere waardevastheid van woningen zorgt voor een hogere prijs en lagere beschikbaarheid van betaalbare woningen in de grote steden. Verhuizen naar kleinere gemeenten in de randstad in de nabijheid van de G4 is een populair alternatief aan het worden. De vraag naar betaalbare woningen is sterk gestegen in de regio Midden-Holland. Hierbij is met name de vraag naar grotere woningen groot: gezinsvormers willen onveilige wijken en de kleine woningen in de grote steden ontvluchten. Jongeren blijven bovendien langer thuis wonen. Steeds vaker leven er meerdere generaties onder één dak. In deze individualistische tijden zoekt men de oplossing binnen de familie om woon- en/of zorgkosten zo laag mogelijk te houden. Vooral rond kleinere kernen met de nodige mogelijke uitleglocaties, worden plannen gemaakt en programma’s gerealiseerd om woningen voor grotere huishoudens te realiseren. Ouderen (die in staat zijn in hun eigen zorgkosten en hoge eigen bijdragen te voorzien en geen intrek hoeven/kunnen te regelen bij familie) zoeken juist met name goedkope huur (kleinere appartementen) in Alphen en Gouda, want veel zorgvoorzieningen en algemene voorzieningen, zoals winkels, vertrekken uit kleinere kernen.

 

Deze scenarioplanning doet Woonpartners graag met ondernemers, instanties, politici uit de regio, bouwers en ontwikkelaars. Het gaat daarbij niet alleen om de bekende trends samen te vatten, maar met name om visionair denken. Daar willen we kennis van zoveel mogelijk organisaties bij benutten. Goede investeringen lokken immers weer nieuwe investeringen uit. En daar is een gezamenlijke stip op de horizon voor nodig.

Op een speciale website van Woonpartners https://woonpartners-mh-2030.nl worden de meest waarschijnlijke toekomstscenario’s beschreven. In de komende beleidsperiode 2017-2021 besteden we hier verder aandacht aan.

 Wie over deze langetermijnontwikkelingen in Midden-Holland wil meedenken vanuit haar of zijn belangstelling of vakkennis, is meer dan welkom. Geef uw naam en e-mailadres op via info@woonpartners-mh.nl

 

Krantenkoppen

Om meer duidelijkheid te geven staat hieronder een mogelijke krantenkop uit 2030:

“Eerste bewoners met 3 generaties betrekken hun woning in voormalig schoolgebouw uit 2018”

Maar we lezen nu al artikelen in de krant die in die richting gaan: Hart van Holland, 4 mei 2016 
Wilt u meer lezen over de andere scenario’s, ga dan terug naar het overzicht.

Community 2030

Hieronder vindt u de directe linken naar meer informatie over onze community 2030 en het meerjarenbeleidsplan.